Verhaal

Sloots, opa`s bodedienst

“SLOOTS”: Een bordje vertelt het verhaal van opa’s bodedienst door Anda Vonk.
Een eenvoudig bordje met de naam SLOOTS brengt meer dan negentig jaar geleden opa’s bodedienst en het dorpsleven van Gasselternijveen weer tot leven.

Afgelopen week overkwam mij iets bijzonders. Tijdens mijn vrijwilligerswerk in het dorpshuis werd ik aangesproken door een andere vrijwilliger. “Anda, ik heb iets voor je,” zei ze. “Misschien is het rommel en moet je het weggooien. Misschien is het iets voor de Historische Vereniging.”

Omdat ik actief ben bij de Historische Vereniging, was mijn belangstelling meteen gewekt. Ze vertelde dat ze het had gekregen van een tante, die het jarenlang in een kast had bewaard en nu had besloten er toch maar afstand van te doen. Nieuwsgierig liep ik met haar mee. Daar haalde ze een bordje tevoorschijn. Het bleek een stuk karton te zijn, met vijf roestige punaises vastgezet op een stukje triplex van ongeveer 32 bij 12 centimeter. Bovenin waren twee gaatjes geboord, waar een stukje vliegertouw doorheen was gevlochten — duidelijk bedoeld om het ergens op te hangen. 

Op dat moment kreeg ik kippenvel. Met grote rode letters viel mij één woord op: “SLOOTS”. Familie, mijn moeder was een Sloots. Zonder nadenken floepte het eruit: “Dat is van mijn opa!”. Het ontroerde me. Wat begon als iets dat misschien ‘rommel’ was, bleek ineens een tastbaar stukje familiegeschiedenis — een eenvoudig bordje, maar beladen met herinneringen, verhalen en een verleden dat onverwacht weer heel dichtbij kwam.

Een neef van mij, Henk Sloots, een kleinzoon van dezelfde opa, houdt zich al geruime tijd bezig met het vastleggen van de geschiedenis van de firma SLOOTS. We hebben regelmatig contact over oude foto’s, herinneringen en kleine details uit het verleden. Juist door dat uitwisselen van beelden en verhalen werd mij duidelijk wat voor bijzonder bordje ik eigenlijk in handen had. Het bleek niet zomaar een voorwerp, maar een tastbare herinnering aan de manier waarop Opa’s zaak destijds werkte: eenvoudig, herkenbaar en volledig ingebed in het dagelijks leven van dorp en klanten. Zo krijgt de geschiedenis van SLOOTS niet alleen vorm in jaartallen en namen, maar ook in zulke kleine, veelzeggende details.

In 1923 begon mijn opa Sloots een bodedienst tussen Gasselternijveen en Groningen. In een tijd waarin de postbode en de snikke lang niet alles konden of mochten vervoeren, was zo’n bodedienst onmisbaar. Wie goederen wilde versturen die te groot, te zwaar of te kwetsbaar waren voor de post, was aangewezen op de bode. Zo vormden deze diensten een belangrijke schakel tussen dorp en stad. In Gasselternijveen ontstonden in het begin van de twintigste eeuw meerdere bodediensten. Het dorp was in beweging en het vervoer over de weg won langzaam terrein. De bodedienst van mijn opa Sloots, was er één van, maar niet de enige.

In 1930 lezen we in het Gasselternijveensch Nieuwsblad over de komst van de firma H. Martens & W. Aalders, die “een eenvoudig Chevroletje” hadden aangeschaft om hun diensten te verrichten

1
2

 

 

 

 

3
4

In 1935 duikt bode H.P. Zuiderveld op, samen met zijn zonen Ebel en Sieger, vereeuwigd op een foto. Naast het bodewerk bestierden zij ook een vishandel.

Zo ontstond in en rond Gasselternijveen een netwerk van kleine vervoerders, ieder met zijn eigen klanten en routes, maar allemaal voortkomend uit dezelfde behoefte: het verbinden van het dorp met de buitenwereld, in een tijd waarin vervoer nog grotendeels draaide om persoonlijk contact, vertrouwen en vaste gewoonten.

5
Op de foto uit 1930 zien we Frans Feenstra. Hij was in die jaren bode voor H. Poelman Rzn. en onderhield een bodedienst tussen Veendam en Gasselternijveen, vice versa. Zijn vervoermiddelen waren eenvoudig maar doeltreffend: een fiets en een paard. Daarmee legde hij dag in, dag uit zijn route af, ongeacht het weer of de staat van de wegen.

Het beeld van Frans Feenstra staat symbool voor een tijd waarin vervoer nog vooral draaide om doorzettingsvermogen en lokale kennis. Terwijl elders de eerste vrachtwagens hun intrede deden, waren fiets en paard voor veel bodes nog jarenlang onmisbare hulpmiddelen. Samen vormden zij het stille, maar essentiële netwerk dat dorpen als Gasselternijveen verbond met omliggende plaatsen en handelscentra.

Opa Sloots  
Geert Sloots (1894–1967) stamde uit een zeevaarders geslacht, gewend aan hard werken en het trotseren van onzekerheid. In 1923 besloot hij, samen met zijn broer Roelof, een andere koers te varen. Ze waren beide slager geworden, maar dat jaar kochten ze voor  ƒ 1.650,- ook een oude Duitse legerwagen en begonnen daarmee een bodedienst tussen Gasselternijveen en Groningen. In een tijd waarin paard en wagen nog het straatbeeld bepaalden, was dat een gewaagde stap. Hoewel het dorp sinds 1905 per spoor bereikbaar was, betekende vervoer over de weg iets nieuws – en iets onzekers.

6

De eerste wagen bleek al snel te zwaar voor de smalle wegen en kwetsbare bruggen van die tijd. Wanneer een brug moest worden overgestoken, werden eerst houten balken neergelegd om het gewicht te kunnen dragen. Het hoorde bij het pionieren. In 1925 volgde de overstap naar de betrouwbare T-Ford. Twee van deze wagens deden dienst: één voor de bodedienst en één voor
veevervoer met plaats voor vier koeien.  

7

Roelof bleef slager en Geert werd expediteur. De jaren dertig brachten economische tegenspoed, maar toch bleef opa vooruitkijken. Het wagenpark werd waar mogelijk vernieuwd. In 1939 telde de firma drie vrachtwagens, maar datzelfde jaar werden ze alle door het Nederlandse leger gevorderd. Begin 1940 kwam er nog een nieuwe truck, maar ook die werd een jaar later door de Duitse bezetter in beslag genomen. Een oude autobus, omgebouwd tot vrachtwagen en uitgerust met een gasgenerator, hield de zaak ternauwernood draaiende – mits hij wilde starten. 

8

Zonen Teije en Harm (Ap)

In 1938 trad de oudste zoon, Geert, toe tot het bedrijf. Lang kon hij daar echter niet blijven, want in 1939 werd hij opgeroepen voor militaire dienst. Via België en Frankrijk belandde hij in Engeland en maakte hij in 1944 met de Prinses Irene Brigade de landing in Normandië mee. Tijdens de oorlogsjaren kwam ook de tweede zoon, Teije, in de zaak werken. Tot 1944, het jaar waarin het gezin moest onderduiken, werd geprobeerd het werk zo goed en zo kwaad als het ging voort te zetten.

In 1952 werd een vaste bodedienst Assen–Groningen overgenomen. Het ongeregelde vervoer werd afgestoten en voortaan werden alle plaatsen in de regio dagelijks bediend. In de jaren die volgden kwamen daar nog zeven bodediensten bij. Het bedrijf was inmiddels al in 1951 verhuisd naar Assen, waar ook opa ging wonen. In Gasselternijveen kwam zoon Ab met zijn gezin te wonen, aan de Hoofdstraat, met de vrachtauto gestald in de ruime garage achter het huis. 

9

Opa Sloots met zijn personeel

In Assen groeide het bedrijf verder, verspreid over verschillende locaties in de stad en ging het uiteindelijk over in handen van de jongste generatie Sloots. In 2002 kwam er een einde aan een lange familiegeschiedenis in het vervoer: het bedrijf werd overgenomen door een grote vervoerder en de naam Sloots verdween voorgoed van de vrachtwagens – maar niet uit de herinnering. 

 

 

SLOOTS: Van bodedienst tot familie-erfstuk                                                                        

Mijn neef Henk, zoon van Ap, vertelde later hoe het vervoer in die jaren ook zonder telefoon zijn weg vond. Vaste klanten van Sloots beschikten over een eenvoudig maar doeltreffend hulpmiddel: een bordje met de naam SLOOTS erop. Wanneer men handel mee wilde geven of een bestelling naar Groningen moest laten brengen, werd zo’n bordje zichtbaar neergezet — achter het raam of bevestigd aan een boom langs de weg. Sloots moest ‘aan’ komen.

Voor de chauffeur was het een duidelijk teken. Zodra hij het bordje zag, wist hij dat hij moest stoppen. Zo werd onderweg geregeld extra vracht opgehaald, zonder afspraak, zonder bellen, maar op basis van vertrouwen en routine. De bordjes waren alleen in handen van vaste klanten, die regelmatig gebruikmaakten van de diensten van Sloots. In een tijd waarin maar weinig mensen over een telefoon beschikten, was dit een praktisch en persoonlijk systeem dat perfect paste bij het dorpsleven en de nauwe band tussen vervoerder en klant.

Bij nadere beschouwing viel mij nog een detail op. Op het bordje stond, vaag maar duidelijk leesbaar, met potlood de naam ‘Hovinga’ geschreven. Waarschijnlijk was dit de naam van de verzender — iemand die het bordje gebruikte om kenbaar te maken dat SLOOTS moest stoppen om een zending mee te nemen of iets naar Groningen te brengen.

Juist dat kleine, haast achteloze potloodschrift maakt het bordje zo veelzeggend. Het vertelt dat dit geen eenmalig object was, maar een gebruiksvoorwerp, in handen van vaste klanten, telkens opnieuw achter een raam gezet of aan een boom gehangen. Zo verbindt één simpele naam op karton een onbekende verzender met de bodedienst van mijn opa, en wordt het verleden ineens tastbaar en persoonlijk.

In het archief van de Historische Vereniging dook nog een bijzonder detail op. Op een oude foto — waarschijnlijk genomen in hotel Többen — is achter een raam een bordje zichtbaar. Het hangt daar onopvallend, maar voor wie weet waar hij naar kijkt, vertelt het een heel verhaal.

10
11

Zet mij voor het raam en SLOOTS komt aan

Het bevestigt wat eerder alleen uit herinneringen bekend was: dat deze bordjes daadwerkelijk werden gebruikt om de bodedienst te waarschuwen. Achter het raam geplaatst, zichtbaar voor de passerende bode, vormden ze een stil maar doeltreffend signaal. Zo krijgt het bordje dat nu weer boven water is gekomen niet alleen een persoonlijke betekenis, maar ook een plek in het bredere historische beeld van het dorp Gasselternijveen.

Alle rechten voorbehouden