Verhaal

In gesprek met Anne Manting

Anne Manting werd in 1936 in Beilen geboren als tweede zoon van een ambtenaar bij Rijks Waterstaat. Hij was drie jaar oud toen het gezin verhuisde naar Medemblik, Noord-Holland. In die tijd een wereldreis: door Friesland, nog zonder A7, 100 km Afsluitdijk, Wieringermeer en dan Medemblik. Daar heeft Anne 13 jaar gewoond. Hij was 16 jaar toen hij het ouderlijk huis verliet. Naar hij zelf zei veel te jong en hij zou het ook niemand aanraden.

Anne Manting - Hooien

In de periode dat hij in Medemblik woonde had hij een vriendje in de Wieringermeerpolder wonen. Diens vader had een boerderij en Anne verbleef daar vaak. Daar ontwikkelde hij mogelijk het “boerengevoel” want als hem werd gevraagd of hij enig idee had van wat hij wilde worden was het antwoord kort en duidelijk: “boer”.

Nu was het zo dat aan vaders kant van de familie in Drenthe er wel “boerenbloed door d’adren vloeide” dus helemáál vreemd werd de keuze niet gevonden. Zo woonden een oom en tante van Anne in Gasselternijveen en hadden daar een boerderij aan het einde van de Hoofdstraat, begin Gasselterboerveen. Geregeld verbleef Anne in de vakanties hier bij oom en tante. Anne is overigens de enige van de 4 broers uit het gezin die voor het boerenbestaan koos.

Anne Manting - Vakantie in Boerveen
 
Vakantie in Boerveen

De oorlogsjaren woonde Anne in Medemblik en nooit zal hij vergeten dat hij en zijn broer achter op de fiets bij pa en ma werden gebonden en naar Drenthe gingen om eten te halen. Op fietsen met surrogaatbanden. Massief, lekproof en keihard. En overal Duitsers met wegafzettingen. Wat hem tot op de dag van vandaag nog bijstaat is dat de Wieringermeerpolder door de Duitsers onder water werd gezet. Nog steeds ziet hij de vernieling van land en landerijen, de verdronken mensen en dieren voor zich. Afschuwelijk. De boerderijen in de polder spoelden gewoon weg. Maar de oorlog eindigde en Anne ging naar de MULO.

OK, boer dus en na de MULO ging Anne naar de Landbouwschool in ……Gasselternijveen. Gasselternijveen had toen nog een landbouwschool en Anne trok in bij zijn oom en tante. Na zijn dienstplicht vervuld te hebben stak hij de handen uit de mouwen op de boerderij. Hij trouwde en nam de boerderij van zijn oom over. En dat luidde het begin in van een paar moeilijke jaren waarin hij en zijn vrouw heel hard in het bedrijf hebben gewerkt.

Het bedrijf van Anne was een gemengd bedrijf met in het begin slechts 12 bunder land (1 bunder =  1 ha.). Na 3 jaar kocht Anne er nog 12 bunder land bij. De koeien werden weg gedaan en hij schakelde over naar alleen akkerbouw. Na 7 of 8 jaar werd er nog 8 ha. grond bijgekocht maar nog steeds was het bedrijf marginaal. Daar kwam de aardappelmoeheid bij en als je niet veel grond hebt en je kunt slechts op 1/3 deel van de grond aardappelen verbouwen dan geeft dat aan het einde van het jaar geen heel grote opbrengst.

Anne koos er steeds voor om “scherp aan de wind”  te varen en nam daarbij risico’s. Hij investeerde in grond en gebouwen en voegde aan zijn bedrijf een stal toe voor mestkuikens. Dat bleek een gouden greep en heeft zeer geholpen om het bedrijf op te werken en uit de marges te trekken. Een stal voor 32.000 mestkuikens met de modernste machines maar óók met kinderziektes. De mestkuikens waren 6 weken bij Anne in de kost. Twee weken om de stal schoon te maken en dan kwamen de volgende kostgangers weer aan.

Het tot de boerderij behorende land was versnipperd over veel kleine percelen en overal gescheiden door sloten. De grootte van de percelen was een halve bunder tot hooguit 1,2 bunder. De percelen lagen vaak op grote afstand van elkaar en dat maakte het bewerken van het land heel tijdrovend. Er ging veel reistijd verloren. De ruilverkaveling in de 70-er jaren heeft hierin wel verbetering gebracht: grotere percelen en dichter bij huis. Maar ja, het had ook zijn keerzijde. Je leverde goede grond in en je moest maar afwachten wat je terug kreeg.

Ook aan de woonsituatie in de boerderij moest in die beginjaren heel wat gebeuren: geen waterleiding, maar wel een regenput, geen riolering maar achteraan bij de koeien een afgescheiden plekje. Er was al wel elektriciteit. Het was hard en zwaar werken maar hij zou het zo weer doen. Spijt van zijn keuze om boer te worden heeft hij nooit gehad. Zwaar werk eist echter zijn tol en Anne kreeg ernstige rugklachten. Zo ernstig dat hem uiteindelijk  dringend werd geadviseerd om te stoppen met het bedrijf. Hij was toen nog slechts 56 jaar oud en niet bepaald iemand die stil kon zitten. En nog is hij graag bezig en actief. Met pijn in het hart nam hij afscheid van zijn bedrijf maar hij is blij met zijn herinneringen.

ploegen met paard

 

Alle rechten voorbehouden

Media